Meubels & Accessoires

Dark Japandi verovert dit najaar je woonkamer

· 6 min leestijd

Japandi kende je waarschijnlijk als de stijl van lichte eik, wit linnen en veel lucht om de meubels heen. Dat beeld verschuift. Dit najaar duikt overal dark Japandi op: dezelfde rust en functionaliteit, maar dan in walnoot, espresso en zwart in plaats van kaal blond hout. Het resultaat oogt minder steriel en past beter bij de vroege avonden die er nu weer aankomen.

Wat maakt dark Japandi anders dan gewone Japandi

Klassieke Japandi draait om Scandinavische functionaliteit gecombineerd met Japanse eenvoud: strakke lijnen, weinig decoratie, veel lichte houtsoorten. Dark Japandi houdt diezelfde opbouw aan, maar vervangt de lichte basis door donkere tinten zoals walnoot, houtskool en matzwart. Je krijgt meer contrast en diepte, zonder dat de stijl minimalistisch ophoudt te zijn. Het is dezelfde rust, alleen met schaduw erbij.

Waar het eerder ging om zoveel mogelijk licht en leegte, mag een kamer nu ook geborgen aanvoelen. Dat past bij hoe veel mensen hun woonkamer najaar willen inrichten: niet kil en showroomachtig, maar een plek waar je wil blijven zitten. Wil je die donkere basis ook op de muur doortrekken? een donkere muur laat je kamer optisch juist groter lijken, dus dat combineert prima.

Lage meubels zijn de basis, niet de bank zelf

Het typerende kenmerk van Japandi, in elke kleurvariant, is de hoogte van je meubels. Een laag bed, een bank met dunne, korte poten, een open dressoir op kniehoogte: dat silhouet zorgt voor de rust die de stijl kenmerkt. Vervang je alleen de kleur van je bank maar blijft de rest van je meubels hoog en massief, dan krijg je geen dark Japandi maar gewoon een donkere kamer.

Begin daarom niet met de bank, maar met de salontafel. Een lage, ronde tafel in donker hout is de goedkoopste manier om het silhouet te zetten voordat je in grotere meubels investeert. Werk je met natuursteen accenten in dezelfde ruimte? Dan is travertijn een materiaal dat die warme, tijdloze uitstraling versterkt zonder dat het te druk wordt naast donker hout.

Walnoot en textuur vervangen het lichte eiken

Waar Japandi eerst vooral om lichte eik draaide, is walnoot nu de houtsoort die het meest terugkomt. De donkere nerf geeft vanzelf al meer diepte, zonder dat je iets extra hoeft te doen. Combineer dat met textuur: bouclé op een fauteuil, wol op een poef, linnen aan het raam. Die combinatie van hard hout en zachte stof is wat het interieur warm houdt in plaats van somber. Precies dat duo zie je overal terugkomen: bouclé en walnoot vormen inmiddels hét interieurduo van dit seizoen, en dark Japandi leunt daar volledig op.

Houd wel een grens aan: één donkere houtsoort per ruimte is genoeg. Ga je walnoot combineren met een tweede, andere donkere houtsoort, dan wordt het al snel rommelig in plaats van gelaagd.

Imperfect keramiek geeft de ruimte een ziel

Het decoratieve deel van dark Japandi zit in keramiek, en dan het liefst niet het strak gepolijste soort. Denk aan een ongeglazuurde vaas met een lichte scheefheid, een schaal met zichtbare vingerafdrukken van de pottenbakker, een mok die net niet perfect rond is. Dat imperfecte karakter komt uit het Japanse wabi-sabi, de gedachte dat schoonheid juist in onvolkomenheid zit in plaats van in perfectie. Wabi-sabi is precies waarom dark Japandi nooit steriel aanvoelt, hoe donker de basis ook is.

Zet twee of drie van dat soort stukken samen op een dressoir in plaats van los verspreid door de kamer. Geclusterd oogt het als een bewuste keuze, verspreid oogt het als losse decoratie die toevallig bij elkaar staat.

Dit is het enige meubelstuk dat je hoeft te vervangen

Je hoeft niet je hele woonkamer om te gooien om dark Japandi in huis te halen. Begin met de salontafel, omdat die zowel de hoogte als de kleur van de stijl in één keer zet. Voeg daarna bouclé of wol toe via kussens of een plaid, en sluit af met twee stuks imperfect keramiek op een dressoir of plank. Pas als dat allemaal staat en de basis je bevalt, is het moment om na te denken over een lagere bank of een donkere muur erbij.

Het fijne aan deze trend is dat hij zich niet laat haasten. Elk onderdeel dat je toevoegt werkt al op zichzelf, dus je kunt rustig kijken wat bij jouw ruimte past voordat je verder gaat.

C
Geschreven door Charlotte Peeters Interieur redacteur

Charlotte is Vlaamse interieurstylist met wortels in Gent en een liefde voor het soort interieur dat eruitziet alsof het vanzelf zo is gegroeid. Ze combineert Belgische gezelligheid met een strak designoog en schrijft over interieur met de overtuiging dat een huis iets moet vertellen over wie er woont. Haar Vlaamse perspectief brengt een warmte en materialiteit mee die je niet altijd vindt in Nederlandse interieurblogs. Ze vindt dat Belgisch design te weinig aandacht krijgt en probeert daar iets aan te doen.